
En op naar het zuiden, hop hop!

En op naar het zuiden, hop hop!

Huiverend stonden ze voor het huis te kijken. De hond van Johan gromde en trok zijn lippen op zodat zijn tanden zichtbaar werden. Die was niet dichter bij het huis te krijgen dan de plek waar zij nu stonden. Zelf was hij ook niet gretig om dichterbij te komen. In gedachten ging hij terug naar zijn jeugd. Een jaar of elf, twaalf moest hij zijn geweest. Toen kon je nog voetballen op straat. En dat deden ze dan ook. Tot het moment dat de bal van Peter over het hek vloog en naar de achtertuin rolde van het huis. Twijfelend hadden ze voor het hek gestaan. De bewoners waren hen nooit vriendelijk over gekomen. Eerder heel erg op zichzelf en nogal angstaanjagend. Als je ze al zag keken ze schichtig om zich heen om vervolgens snel weer het huis in te schieten. Peter had uiteindelijk de moed bij elkaar geraapt om zijn bal te gaan halen. Zo’n leren bal was was in die tijd uiteindelijk een hoop geld waard. Dat was tevens de laatste keer dat zij hem hadden gezien. Politieonderzoek mocht niet baten, Peter werd nooit meer gevonden. Het leek wel of de bewoners van het huis sinds die tijd helemaal niet meer buiten kwamen. Niemand kon zich herinneren hen te hebben gezien. Johan dook rillend weg in de kraag van zijn jas. Genoeg vrieskou voor vanavond. Hij liep door en riep zijn hond te volgen. Die liet dat zich geen twee keer zeggen en volgde zijn baas direct. Alles beter dan de aanblik van deze plek.
Zo, ik rijd weer fris in het rond. Iets hield mij altijd tegen om te blijven zitten tijdens het wassen. Toch maar eens gedaan. Beetje kinderachtig wellicht, maar ik vond het wel vermakelijk.

Nou woon ik in een buurt waarbij je nog wel eens iets tegenkomt op straat. In de zin van “gooi de zooi maar naar buiten, een ander ruimt het wel op”. Maar een compleet interieur waarbij het serviesgoed nog op tafel staat vestigd deze ochtend toch wel het record. Dat ben ik nog niet eerder tegengekomen. Je afval niet scheiden en gewoon maar op straat pleuren is natuurlijk de gemakkelijkste weg. Het is niet netjes, maar ik wil toch voorzichtig zijn om dit te veroordelen. Toen ik er omheen liep bekroop mij het gevoel dat hier wel eens een heel triest verhaal achter kan schuilen.


De toekan zat te balen op zijn tak. Dat is begrijpelijk als je imago te grabbel wordt gegooid door een familie valken.

Ir. H., maar dan net even anders getekend.

Vroeger? Vroeger zongen de Vopo’s al dat er geen reet te doen was in Zwolle. Maar nu zetten ze zichzelf in Zwolle internationaal op de kaart beste lezer. De mannen van de Vopo’s, die heel af en toe nog reüneren zullen hun liederlijke teksten na al die jaren alsnog moeten aanpassen. Ach ja, de tijd staat niet stil. Mocht u interesse hebben is hier hun gehele album “Dead Entertainment” uit 1981. Ik sla dit stukje jeugdsentiment zelf even over.

De inktbakken zijn leeg, de handschoenen liggen doelloos op de werkvloer. Het is een vreemde werkweek geweest. Drukkerij failliet, ontslagbrief gekregen en vervolgens door moeten blijven werken onder het bewind van de curator. Ik ben één van degenen die in een klein groepje op kantoor de losse eindjes moeten wegwerken en de curatoren moeten voorzien van de cijfers. Ondertussen lopen potentiële opkopers in en uit. Waar altijd bedrijvigheid heerste en drukwerk werd geproduceerd hangt nu een doodse stilte. Vreemd om in te moeten werken, maar ergens ook wel prettig. Ik zie het als rustig afbouwen en een mooie periode afsluiten. We gaan zien wat de toekomst brengt. Op internet staat hierover inmiddels een bericht op PrintMatters. En nu eerst het weekend in.



Lege stoelen in de kantine. Zo schrijf je hier een stukje over de Grafische Industrie, zo krijg je te horen dat de drukkerij waar je werkt failliet is. In deze stoelen zaten wij toen wij dit om 12:00 uur te horen kregen. Het kan verkeren. De komende tijd zal vreemd zijn. Even rustig de tijd nemen voor bezinning op de toekomst. Wat overigens niet betekent dat hier een pauzebordje op het weblog wordt gehangen. “The blog must go on” weetjewel. Wij lezen elkaar later.