Eindelijk had ze een duinpannetje weten te vinden in de buurt van het strand in IJmuiden waar ze rustig naakt kon liggen. De zon voelt uiteindelijk toch het lekkerste zonder topje of broekje, vrijheid blijheid. Voor bepaalde hijgerige mannetjes betekende dat alleen wel dat zij de vrijheid namen om uitgebreid te gluren en daar zat ze niet echt op te wachten. Af en toe leek het of die ogen uit hun kassen zouden vallen. Thuis zouden ze waarschijnlijk niets hebben om naar te kijken, die kwijlers.
Loom draaide zij zichzelf nog maar eens om en keek omhoog naar de wolken. Hoe vaak had zij dat reclame-vliegtuigje nou langs horen komen? Acht, negen keer? En wat vloog dat ding toch raar laag? Dat was toch niet normaal? Ze kneep haar ogen samen en meende de piloot te kunnen zien zwaaien. Ze keek om zich heen, dat zou toch niet voor haar zijn?
Toen het vliegtuigje voor de tiende keer overvloog was de maat vol. In zichzelf vloekend zocht ze haar kleren bij elkaar en liet ze de duinpan voor wat het was. Op het terras van de dichtsbijzijnde strandtent bestelde ze een koude Corona. Daar was het wel weer eens tijd voor. Een goede Corona-crisis, “iedereen uit mijn buurt, opzouten en snel een beetje”.
Bij gebrek aan Scotty weet de liefhebber wel waar dit op slaat. Deze tekening komt uit het digitale archief van DessinDestin. Ik weet niet of het een titel had, anders nu wel.
Niet het eerste waar de meeste mensen aan zullen denken als je deze tekening ziet, dacht hij bij zichzelf. Toch was dat het eerste wat wat hem te binnen schoot toen hij deze potloodtekening weer terug zag.
Vrienden hadden hem nog gewaarschuwd voor een vriendin met drie zoons. “Dat gaat meestal niet goed”, achteraf gezien had hij beter moeten luisteren. Haar ouders hadden die week vakantie naar de Veluwe betaald. En natuurlijk ging hij mee toen hem dat werd gevraagd. Voordat ze hun intrek namen in een te klein Centerparks huisje zouden ze langs de Apenheul gaan. Het zou het begin worden van een dramatische vakantie.
De jongste, een nakomertje, viel nog wel mee. Die was vrij onbevangen en zag overal de humor van in. De tweede was een stille jongen die zich op de achtergrond bewoog en er daar zijn eigen agenda op na hield. Vooral met de oudste was het in de Apenheul helemaal mis gegaan, zeker toen hij zijn broertjes probeerde te mobiliseren.
Ze waren de entree nog niet door of zijn oog was gevallen op een groot reclamebord waarop ze bij de Apenheul duidelijk maakten dat de pizza in de aanbieding was. Hij had het joch al eerder eens aangetroffen, min of meer kwijlend voor een open voorraadkast en nu werd zijn vermoeden bevestigd dat deze overduidelijk last had van een eetstoornis.
Die jongen zag alleen nog maar pizza, er was in zijn beleving geen aap meer te bekennen op die heul. Het hele bezoek was uitgedraaid op zeuren en dreinen om pizza en hij had daarbij ook bedacht dat zijn broers dat ook wilden eten. Het was de enige keer geweest dat de jongens die vakantie hun zin niet kregen van hun moeder. Toen de oudste na ruim drie uur werd gevraagd hoe hij de Apenheul vond bij het vertrek, zweeg hij met een uiterst chagrijnig gezicht. Het enige wat hij nog deed was in stilte wijzen naar het pizza reclamebord.
Op dat moment had hij eigenlijk zijn tas moeten pakken en terug naar huis moeten gaan. De tekening had hij gemaakt op het terras bij het vakantiehuisje tijdens één van de zeldzame momenten dat hij heel even tijd voor zichzelf had gehad. De jongens hadden de rest van de vakantie de agenda bepaald, van s’ochtends vroeg tot s’avonds laat en overal hun zin in gekregen. Het resultaat van een middag pizzaterreur.
De potloodtekening was wel geslaagd, maar nu hij deze weer terug zag kon hij de apen weer ruiken en een echo uit het verleden horen zeuren om pizza.
Ik ben niet de enige die aan het opruimen is beste lezer. In mijn omgeving gebeurd dat ook. En zo dook deze tekening uit 2006 op. Uit de tijd van het VK Blog, dat bestaat inmiddels allang niet meer. Een portret van mijn toenmalige schoonvader Theo, die net als ik een weblog bij de Volkskrant beheerde, die van hem onder de titel “Luchten der Lage Landen”. Daar publiceerde hij prachtige foto’s van wolkenluchten op. Dit portret wat ik van hem tekende was gesitueerd op zijn hobbykamer met pc en veel electronica. Leuk om weer terug te zien na al die tijd, ik wist niet eens meer dat ik deze had getekend.
Monique van der Ven heb ik altijd een zeer knappe verschijning gevonden. Typisch zo’n vrouw waarvan je kon verwachten dat ze mooi oud zou worden. Maar helaas heeft ook zij met behulp van botox een karikatuur van zichzelf gemaakt. Zoals vele oudere BNers. Dat geeft dan wel weer inspiratie voor een tekening. Een link naar een aktuele foto van Monique van der Ven vindt u hier. Mijn eigen Monique heeft haar goed op papier gezet al zeg ik het zelf.
Of heb je een baal? Ze wist nog dat Jeroen van Inkel er in zijn uitzendingen een item van maakte. Met een stevige knipoog natuurlijk. Dat kan je aan Jeroen wel overlaten. Landingsbanen, pornostreepjes, kaal, het was allemaal niet meer bij te houden. “Misschien moet ik eens stoppen met lezen van de Linda en Viva over al dat zogenaamde modieus lichamelijk onderhoud” ze werd alweer moe bij de gedachte.”Ik heb eigenlijk geen idee wat de trend is momenteel” bedacht zij zichzelf terwijl ze glimlachend in de Blokker de verschillende scheerapparaatjes stond te bekijken. “Liever zo’n apparaatje dan een Brazilian wax, dat lijkt me zo pijnlijk” ze kneep haar billen samen bij de gedachte. Niets voor haar. Plots bekroop haar de gedachte dat het een steeds terugkerende klus zou gaan worden als haar date van vanavond goed zou uitpakken. “Wat een gedoe, net als bij een sollicitatie gesprek kan je maar beter jezelf blijven”, bedacht zij zichzelf. “Anders wek je maar valse verwachtingen”. Ze legde de tondeuse terug in het rek. Het was wel goed zo. Hij moest haar maar respecteren zoals ze was. Bovendien was ze als kind al gek op verstoppertje spelen.
Soms zijn een paar penseelstreken genoeg om een plaatje af te krijgen. Bovenstaande is daar een voorbeeld van, als je er meer aan toe zou voegen kan je het alleen maar verprutsen. “Ostfront” heb ik het genoemd. Hierin komt mijn fascinatie voor de Duitse stahlhelm naar voren. Op de één of andere manier heb ik van jongs af aan de vormgeving van die helm altijd erg mooi gevonden. En daar ben ik de enige niet in. Als je de helmen van de brandweer in New York bekijkt zijn die vrijwel exact hetzelfde, maar dan met een extra flap aan de achterzijde. Want ook in de praktische zin heeft dit model zijn nut bewezen. Over smaak valt niet te twisten zegt men. Niet alles wat uit Duitsland kwam in die periode is wat mij betreft per definitie fout. Ik heb nog wel eens gekeken voor een origineel. Niet om te dragen uiteraard, maar voor in de kast. Ze zijn als “antiek” nog wel eens verkrijgbaar, maar wat mij betreft veel te duur. Onder de € 1.000,00 hoef je voor een beetje gaaf exemplaar niet te zoeken. Er zitten grenzen aan mijn liefde voor Duitse vormgeving. Uit welke periode dan ook.