De leeuw van Alkmaar is nat, want het regent. Ik schat in dat alle leeuwen in Nederland nat zijn vanmiddag. Behalve die in Artis en Blijdorp wellicht. Die kunnen schuilen in hun binnenverblijf. Of buiten blijven met een regenjas aan. Na al die hitte in het begin van de zomer kan ik mij daar ook wel wat bij voorstellen.
Als ik had geweten waar het pad ons naartoe zou leiden had ik misschien nog eens achter mijn oren gekrabt toen ik je in huis nam vriend. We hebben samen heel wat verhuisdozen voorbij zien komen. Maar nu je wat ouder aan het worden bent, zitten we gelukkig in rustiger vaarwater. En heb je van Monique zelfs de titel “verwenkat” gekregen. Iets waar je duidelijk geen problemen mee hebt. En terecht, liquid snacky maar doen dan?
18 juni had zij het helemaal gehad met het bekakte Haarlem. Dus was ze op haar oude fiets naar het station gereden en had aan het loket een treinkaartje voor een enkele reis Beverwijk gekocht. Daar konden ze de “r” tenminste uitspreken.
Tot zijn verbazing staat hij in een steeg en niet op de gang naar het toilet. De hemel kleurt paars. De straatlantaarns proberen de omgeving op te lichten maar hebben weinig effect. Hij wrijft in zijn ogen en knijpt in de bol wol. Die is er gelukkig nog. Hij is niet helemaal gek geworden. Wel vraagt hij zich af hoe hij hier terecht is gekomen? De groene ogen van een rode kat kijken hem onderzoekend aan vanachter een vuilnisbak. “Hallo…”, begint hij weifelend. De kat blaast alsof hij wil zeggen “Wegwezen jij!”. “Ook goedenavond”, mompelt Merlijn terug. “Let maar niet op die rooie, die heeft nogal een humeur de laatste tijd”, fluistert een zwarte kat vanaf een afdakje. Met opgetrokken wenkbrauwen kijkt Merlijn de kat aan. “Jij kan verstaan wat ik zeg?”. “Uiteraard kan ik dat, ik kan iedereen verstaan”, antwoordt de kat terwijl hij Merlijn met priemende ogen aankijkt. “Nooit van mij gehoord zeker? Ik ben Ubasti, kat van de onderwereld, om het maar even simpel te houden. Wat doe jij hier?”. Merlijn kijkt wat om zich heen en besluit dan om te antwoorden: “Ik heb geen idee, ik weet niet eens hoe ik hier terecht ben gekomen”. “Hmmm”, fluistert de kat terug terwijl zijn blik op de draad van wol valt. “Ik zou die draad maar goed vasthouden en hopen dat hij heel blijft als je nog terug wilt komen”.
Als je er ooit geweest bent heb je er van kunnen proeven. De sfeer bij ’t Gat. Het lijkt er stiller te zijn dan in andere gedeelten van het bos. Er hangt spanning in de lucht. Alsof de gebeurtenissen uit het verleden de atmosfeer van het heden nog steeds beïnvloeden en in hun greep houden.
Een strontkar in Bakkum. Rijd je er in de auto lekker achter, vraagt je passagier of het raam dicht mag. Nou nee dus! Even lekker die methaanlucht langs je neusvleugels laten razen ja! Wat zullen we nou krijgen met je raam dicht? Niks ervan! Die auto moet vol met zure urinelucht! Snertverdrie. Woar is mien rooie zaddoek?