In zijn ligstoel ligt hij achterover naar de wolken te kijken. De radio voorspelt een tweede hittegolf. Hij is de eerste nog maar net te boven gekomen. En de tweede dient zich al weer aan. Wat is dit voor zomer? Niets aan te doen. Laat maar over je heen komen. Rustig aan. Van de dag genieten en in het nu staan. Want voor je het weet zitten we weer in de hitte en is er geen wolkje in de lucht.
Je weet wat goed voor je is. Waardoor je jezelf beter gaat voelen. Maar toch doe je het niet. En waarom? Dat ga ik anders doen. Om te beginnen met mediteren. Daarna komt de rest wel.
Elementen zijn lastig om af te beelden. Bijgaande aquarel kwam ik laatst weer tegen in het archief. Zoals u ziet is “aarde” aardig gelukt. Die werd ingegeven. Elementalen zijn een ander verhaal. Die zijn snel maar als je focust zijn met name nymphen en salamanders (water- en vuurwezens) redelijk goed te zien. Sylfen en pygmaeën (lucht- en aardewezens) laten zich over het algemeen niet zien. Toch maar eens kijken of ik de overige elementen naar tevredenheid kan afronden.
De geuren en kleuren op de Bazaar. Een stukje buitenland in Beverwijk. Heerlijk om af en toe rond te banjeren. En vol met verrassingen. Zo kan je er SOL*# kruiden krijgen (naast de pizza). En als je zin hebt om een keer vuurgevaarlijk te koken raad ik je de kruitnagel aan. Die staat garant voor een explosief resultaat.
Grommend komen ze ’s nachts tevoorschijn en proberen de schade te herstellen die de mens overdag heeft aangericht aan moeder aarde. Ze zijn boos. Ze zijn kwaad. En hebben niets met de zichzelf superieur voelende mensheid. Er waren tijden dat ze konden samenwerken met de mensen. Althans, met een gedeelte ervan. Maar die tijden zijn allang voorbij. Ze hebben zich teruggetrokken en beschouwen ons als het grootste kwaad op aarde. Als ze zichzelf wel aan je tonen zit er maar een ding op: heel hard weg rennen. Zo hard als je kan en vooral niet omkijken.
Met een ferme knal plantte hij zijn jeneverglas terug op de tap. “Doe er nog moar ene” bromde hij naar den waard. “Zou je dat nou wel doen?” vroeg deze terwijl hij de dop al van de fles aan het schroeven was. “Het goat wel” mompelde hij terug. Zwijgend keken ze hoe de drank langzaam de rand van het glas bereikte. Er werd geen druppel gemorst en geen woord gesproken. Hij zuchtte nog eens, pakte het glas en klokte de inhoud in een keer achterover. “Zo, dan ga ik moar”. Hij pakte zijn pet, gleed van de barkruk en waggelde naar de deur. De twee overgebleven stamgasten en den waard keken hem met enig medeleven na. Toen de deur was dichtgevallen waren ze het snel met elkaar eens. Als zij naar de operetteuitvoering van hun schoonzus moesten hadden ze er minstens nog een genomen.
Iedere keer ga ik toch weer even kijken. Om er vervolgens achter te komen dat ik er eigenlijk niet zoveel aan vind. Gisteren opende de kermis in Beverwijk. Het was weer niet veel soeps. Behalve dan de knuffels die je zo hier en daar kon winnen, die waren wel aardig.
Hij keek een beetje wezenloos om zich heen. De dagelijkse realiteit deed zich steeds meer voor als een slecht geregisseerde film. Eigenlijk had hij dat gevoel al sinds zijn jeugd. Naarmate de jaren vorderden leek het steeds sterker te worden. In het begin vond hij het enigszins beangstigend. Maar inmiddels had hij het geaccepteerd. Er was niets aan te doen. Hij was alleen in een wereld vol vreemden.