WC-acrobatiek

Foto: VihU

Ze bestaan beste lezer, wc-acrobaten. Urenlang wordt moeten ze oefenen om contact met de wc-bril te vermijden. Ik zou het zelf niet voor elkaar kunnen krijgen. Ik schat in dat zelfs Adriaan dat niet meer voor elkaar krijgt. Tenzij Bassie hem een handje helpt. Op het moment dat wij deze ruimte bezochten voor enige sanitaire ontspanning was het er schoon. Dus daar kan het niet aan liggen. Bovendien, met je schoenen aan op de bril gaan staan hurken is weer niet echt hygiënisch voor degenen die wel gewoon plaats willen nemen op het toilet nietwaar? In ieder geval moeten ze in het Comics Museum van Brussel zoveel last hebben gehad van die wc-acrobaten dat ze dit bordje op het toilet hebben gemonteerd. Dat gaat wel weer erg ver. Gewoon de boel netjes achterlaten dan is is niets aan de hand, of aan de bril.

Brussel

Foto: VihU

Dat ons bezoek aan Brussel te kort zou zijn konden we al inschatten voordat wij daar überhaupt een bezoek aan brachten. Tim Burton’s Labyrinth was de reis zeker waard. Een lust voor oog en oor. Door de aankleding van de expositieruimten wordt je helemaal zijn belevingswereld in gezogen. De bewegende beelden en het geluid maakten het helemaal af. Voordat we weer huiswaarts gingen ook nog even een bezoekje gebracht aan het Comics Museum. Inmiddels zijn we weer thuis, maar we komen graag weer eens terug voor een bezoek, we hebben in een kleine twee dagen nog lang niet alles gezien.

Foto’s: VihU

Spookhuis

Foto: VihU

Huiverend stonden ze voor het huis te kijken. De hond van Johan gromde en trok zijn lippen op zodat zijn tanden zichtbaar werden. Die was niet dichter bij het huis te krijgen dan de plek waar zij nu stonden. Zelf was hij ook niet gretig om dichterbij te komen. In gedachten ging hij terug naar zijn jeugd. Een jaar of elf, twaalf moest hij zijn geweest. Toen kon je nog voetballen op straat. En dat deden ze dan ook. Tot het moment dat de bal van Peter over het hek vloog en naar de achtertuin rolde van het huis. Twijfelend hadden ze voor het hek gestaan. De bewoners waren hen nooit vriendelijk over gekomen. Eerder heel erg op zichzelf en nogal angstaanjagend. Als je ze al zag keken ze schichtig om zich heen om vervolgens snel weer het huis in te schieten. Peter had uiteindelijk de moed bij elkaar geraapt om zijn bal te gaan halen. Zo’n leren bal was was in die tijd uiteindelijk een hoop geld waard. Dat was tevens de laatste keer dat zij hem hadden gezien. Politieonderzoek mocht niet baten, Peter werd nooit meer gevonden. Het leek wel of de bewoners van het huis sinds die tijd helemaal niet meer buiten kwamen. Niemand kon zich herinneren hen te hebben gezien. Johan dook rillend weg in de kraag van zijn jas. Genoeg vrieskou voor vanavond. Hij liep door en riep zijn hond te volgen. Die liet dat zich geen twee keer zeggen en volgde zijn baas direct. Alles beter dan de aanblik van deze plek.

Uit- inboedel

Foto: VihU

Nou woon ik in een buurt waarbij je nog wel eens iets tegenkomt op straat. In de zin van “gooi de zooi maar naar buiten, een ander ruimt het wel op”. Maar een compleet interieur waarbij het serviesgoed nog op tafel staat vestigd deze ochtend toch wel het record. Dat ben ik nog niet eerder tegengekomen. Je afval niet scheiden en gewoon maar op straat pleuren is natuurlijk de gemakkelijkste weg. Het is niet netjes, maar ik wil toch voorzichtig zijn om dit te veroordelen. Toen ik er omheen liep bekroop mij het gevoel dat hier wel eens een heel triest verhaal achter kan schuilen.

Foto’s: VihU

Curator

Foto: VihU

De inktbakken zijn leeg, de handschoenen liggen doelloos op de werkvloer. Het is een vreemde werkweek geweest. Drukkerij failliet, ontslagbrief gekregen en vervolgens door moeten blijven werken onder het bewind van de curator. Ik ben één van degenen die in een klein groepje op kantoor de losse eindjes moeten wegwerken en de curatoren moeten voorzien van de cijfers. Ondertussen lopen potentiële opkopers in en uit. Waar altijd bedrijvigheid heerste en drukwerk werd geproduceerd hangt nu een doodse stilte. Vreemd om in te moeten werken, maar ergens ook wel prettig. Ik zie het als rustig afbouwen en een mooie periode afsluiten. We gaan zien wat de toekomst brengt. Op internet staat hierover inmiddels een bericht op PrintMatters. En nu eerst het weekend in.

Foto’s: VihU

Failliet

Foto: VihU

Lege stoelen in de kantine. Zo schrijf je hier een stukje over de Grafische Industrie, zo krijg je te horen dat de drukkerij waar je werkt failliet is. In deze stoelen zaten wij toen wij dit om 12:00 uur te horen kregen. Het kan verkeren. De komende tijd zal vreemd zijn. Even rustig de tijd nemen voor bezinning op de toekomst. Wat overigens niet betekent dat hier een pauzebordje op het weblog wordt gehangen. “The blog must go on” weetjewel. Wij lezen elkaar later.

Ben je kaal?

Illustratie: DessinDestin

Of heb je een baal? Ze wist nog dat Jeroen van Inkel er in zijn uitzendingen een item van maakte. Met een stevige knipoog natuurlijk. Dat kan je aan Jeroen wel overlaten. Landingsbanen, pornostreepjes, kaal, het was allemaal niet meer bij te houden. “Misschien moet ik eens stoppen met lezen van de Linda en Viva over al dat zogenaamde modieus lichamelijk onderhoud” ze werd alweer moe bij de gedachte.”Ik heb eigenlijk geen idee wat de trend is momenteel” bedacht zij zichzelf terwijl ze glimlachend in de Blokker de verschillende scheerapparaatjes stond te bekijken. “Liever zo’n apparaatje dan een Brazilian wax, dat lijkt me zo pijnlijk” ze kneep haar billen samen bij de gedachte. Niets voor haar. Plots bekroop haar de gedachte dat het een steeds terugkerende klus zou gaan worden als haar date van vanavond goed zou uitpakken. “Wat een gedoe, net als bij een sollicitatie gesprek kan je maar beter jezelf blijven”, bedacht zij zichzelf. “Anders wek je maar valse verwachtingen”. Ze legde de tondeuse terug in het rek. Het was wel goed zo. Hij moest haar maar respecteren zoals ze was. Bovendien was ze als kind al gek op verstoppertje spelen.

Stahlhelm

Illustratie: DessinDestin

Soms zijn een paar penseelstreken genoeg om een plaatje af te krijgen. Bovenstaande is daar een voorbeeld van, als je er meer aan toe zou voegen kan je het alleen maar verprutsen. “Ostfront” heb ik het genoemd. Hierin komt mijn fascinatie voor de Duitse stahlhelm naar voren. Op de één of andere manier heb ik van jongs af aan de vormgeving van die helm altijd erg mooi gevonden. En daar ben ik de enige niet in. Als je de helmen van de brandweer in New York bekijkt zijn die vrijwel exact hetzelfde, maar dan met een extra flap aan de achterzijde. Want ook in de praktische zin heeft dit model zijn nut bewezen. Over smaak valt niet te twisten zegt men. Niet alles wat uit Duitsland kwam in die periode is wat mij betreft per definitie fout. Ik heb nog wel eens gekeken voor een origineel. Niet om te dragen uiteraard, maar voor in de kast. Ze zijn als “antiek” nog wel eens verkrijgbaar, maar wat mij betreft veel te duur. Onder de € 1.000,00 hoef je voor een beetje gaaf exemplaar niet te zoeken. Er zitten grenzen aan mijn liefde voor Duitse vormgeving. Uit welke periode dan ook.