Als je er ooit geweest bent heb je er van kunnen proeven. De sfeer bij ’t Gat. Het lijkt er stiller te zijn dan in andere gedeelten van het bos. Er hangt spanning in de lucht. Alsof de gebeurtenissen uit het verleden de atmosfeer van het heden nog steeds beïnvloeden en in hun greep houden.
Het eerste wat ze deed was een sigaret opsteken. En toen koffie zetten. Maar haar humeur werd er niet beter van. Sterker nog, het versterkte de aanvalsmodus juist waarin ze deze ochtend stond. Mannen zouden het ontgelden vandaag. Hadden ze maar niet van die slappe sexe moeten zijn. Stelletje miezertjes. En mocht je als vrouw teveel mannelijke trekjes vertonen, dan kon je ook maar beter uitkijken. “The bitch is awake” en de wereld zal dat weten. Geen genade vandaag. Nooit niet meer. Ze pakte een tweede sigaret. Maar waar is die tyfus aansteker gebleven?
Twijfelend stond ze voor de etalage van Kruidvat. Kon ze dat nog wel hebben op haar leeftijd? Vanochtend had ze haar spiegelbeeld nog een knipoog gegeven maar nu ze voor de winkel stond sloeg de twijfel toch toe. Was ze niet een beetje te oud voor zo’n luipaard motiefje? Nou ja, het was wel de collectie van Patty Brard. Ook de jongste niet meer. En zij had toch minstens dezelfde taille. Zonder hulp van plastische chirurgie. “Doe eens gek”, bedacht ze zichzelf. “Ik bewaar de kassabon, dan kan ik het morgen altijd nog terug brengen”. Ze had tenslotte niet voor niets haar stoute schoenen aangetrokken.
Omdat ik dat er in zie. Monique ziet er een paard in. Als je kleiner inzoomt kan dat ook. Een paard met een explosie op de achtergrond. Zoiets. In ieder geval vind ik deze wel mooi geworden. Het kan alleen zomaar zijn dat deze tekening over een jaar een andere titel heeft. Ik heb namelijk getekend op Yupo. Een Japans papier van kunststof. Langzaam maar zeker beïnvloed dat papier in de loop van de tijd de afbeelding. Kleuren veranderen. Dus help mij over een jaar even herinneren dat we deze tekening nog eens bekijken. Misschien zien we er dan iets heel anders in.
In zijn ligstoel ligt hij achterover naar de wolken te kijken. De radio voorspelt een tweede hittegolf. Hij is de eerste nog maar net te boven gekomen. En de tweede dient zich al weer aan. Wat is dit voor zomer? Niets aan te doen. Laat maar over je heen komen. Rustig aan. Van de dag genieten en in het nu staan. Want voor je het weet zitten we weer in de hitte en is er geen wolkje in de lucht.
Elementen zijn lastig om af te beelden. Bijgaande aquarel kwam ik laatst weer tegen in het archief. Zoals u ziet is “aarde” aardig gelukt. Die werd ingegeven. Elementalen zijn een ander verhaal. Die zijn snel maar als je focust zijn met name nymphen en salamanders (water- en vuurwezens) redelijk goed te zien. Sylfen en pygmaeën (lucht- en aardewezens) laten zich over het algemeen niet zien. Toch maar eens kijken of ik de overige elementen naar tevredenheid kan afronden.
Grommend komen ze ’s nachts tevoorschijn en proberen de schade te herstellen die de mens overdag heeft aangericht aan moeder aarde. Ze zijn boos. Ze zijn kwaad. En hebben niets met de zichzelf superieur voelende mensheid. Er waren tijden dat ze konden samenwerken met de mensen. Althans, met een gedeelte ervan. Maar die tijden zijn allang voorbij. Ze hebben zich teruggetrokken en beschouwen ons als het grootste kwaad op aarde. Als ze zichzelf wel aan je tonen zit er maar een ding op: heel hard weg rennen. Zo hard als je kan en vooral niet omkijken.
Met een ferme knal plantte hij zijn jeneverglas terug op de tap. “Doe er nog moar ene” bromde hij naar den waard. “Zou je dat nou wel doen?” vroeg deze terwijl hij de dop al van de fles aan het schroeven was. “Het goat wel” mompelde hij terug. Zwijgend keken ze hoe de drank langzaam de rand van het glas bereikte. Er werd geen druppel gemorst en geen woord gesproken. Hij zuchtte nog eens, pakte het glas en klokte de inhoud in een keer achterover. “Zo, dan ga ik moar”. Hij pakte zijn pet, gleed van de barkruk en waggelde naar de deur. De twee overgebleven stamgasten en den waard keken hem met enig medeleven na. Toen de deur was dichtgevallen waren ze het snel met elkaar eens. Als zij naar de operetteuitvoering van hun schoonzus moesten hadden ze er minstens nog een genomen.
Hij keek een beetje wezenloos om zich heen. De dagelijkse realiteit deed zich steeds meer voor als een slecht geregisseerde film. Eigenlijk had hij dat gevoel al sinds zijn jeugd. Naarmate de jaren vorderden leek het steeds sterker te worden. In het begin vond hij het enigszins beangstigend. Maar inmiddels had hij het geaccepteerd. Er was niets aan te doen. Hij was alleen in een wereld vol vreemden.